Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3 y*

Zoo'ver kunnen wijnogthands nagaan, dat eene ze* kere verwarring vatt onze eerde begrippen de oorzaak moet wezen,, dat wij derzelver indrukken 30 fpoediglijk .vergeten: fchoon ik tevens niet wil ontveinzen, dat deze vergetelheid mede kan bevorderd worden, zoo wel door de zwakheid , in welke ons ligchaam en ons zenuwgeftel zich eerst bevinden , als door de geringe maate van opmerkzaamheid ^ welke onze ziel in diea-tijd in ftaatis, aantewenden.

Daarteboven komt het mij vrij waarfchijnlijk voor, dat de eerfte al te grooce toevoer van nieuwe denkbeelden, welke (om zo te fpreken) door vijf kanaalen, en op éénmaal medegedeeld worden, de krachten van ons geheugen overlaadt.

Het gaat den Kinderen bijna, even gelijk het on» Volwasfen jnenfchen gaat, wanueer wij gelegenheid krijgen, om een groot kabinet van natuurlijke zeldzaamheden te befchouwen. Wij zien dan duizend nieuwe voorwerpen: doch derzelver overvloed is al te groot, dan dat wij die allen in ons geheugen bewaaren kunnen.

Welk kabinet nu kan grooter zijn, dan dat geen, waarin een Kind, bij zijne geboorte, gevoerd wordt! Werwaards hetzelve zijne zwakke zinnen heenwendt, wordt het door eene menigte van nieuwe voorwerpen meer bedwelmd, dan onderricht, en even liierdoor voor altijd beroofd van de kennis der gefchiedenis zijner eigen eerfte ondervindingen.

Ondertusfchen heeft de Natuur, welke, bij de eerfte fchijnbare wanorde, hare eeuwige wetten van A * orde

Sluiten