Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 13.

Uit iemands gefprekken, Jaat zich ligtelijk opmaaken, wat hij te voren gefproken heeft. Zodra hij uit een gezelfchap komt , en men hem volkomen vrij laat, dart behouden zijne denkbeelden denzelfden loop; hij is nog op denzelfden toon geftemd , en men kan daaruit dikwerf afleiden, wat 'er verhandeld zij: te meer , wanneer hij geenszins vermoedt , dat men op hem acht geeft. Hij moet reeds in de konst der veinzerij vrij verre bedreeven zijn, om zich hier niet te verraaden. Zodra , echter, deze fchakel van denkbeelden in zijne ziel, door een of ander toeval, verbroken wordt, ook dan houdt alle gevolgtrekking op, welke wij zoeven opnoemden.

§ io-

't Is zeer goed, dat iemand van geringe afkomst, nu en dan, tcteenen ftaatsbeambten verheven wordt, omdat hij, tot het waare wezen van den geringen I Hand doorgedrongen zijnde, veel beter gefchikt is, om het goede en kwaade, de prijzelijke gewoonten en misbruiken, welken daarin plaats hebben, te beöordeelen , daar zulks aan hun , die aanzienlijker zijn, doorgaands onbekend is. Hoe zal een man van geboorte de gebreken van het platte Land helpen weeren, daar hij of nimmer de ftad ontwecken is , of het land, enkel Op zijne buitenplaats, heeft lëeren kennen?

S 20.

Sluiten