Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 22 )—

vindt zich door behoefte verpligt, veifeheiden jaaren met zijne nabeflaanden te verkecren, en daarbij den grond te leggen tot het gezellige leeven. De grijfaard, die, in de jaareh zijner kracht, de woedijne boven de verkeering met zijne tijdge'nooten verkoozen had , zoude zich wederom genoodzaakt zien , tot hen zijne toevlucht te nemen , als het éénige middel , om zijn leeven waarlijk te genieten.

Alle de dieren, die niet in menigte bij elkander leeven, zijn door den Schepper , ten gevalle hunner eenzaamheid , gansch anders gevormd, dan de mensch. Zij hebben de fnelheid te baat, of zijn met wapenen voorzien; zij zijn of geheel onvatbaar voor befchaaving, of dezelve is flechts zeer gering, en tegen de luchtsgefteldheid met vederen of vellen voorzien. Die dieren, daartegen , welken in eene foort van'maatfehappij leeven, hebben de nodige kennis van hun gedacht ; zij bezitten zekere fpraak, welke zij onderling verdaan; zij hebben verfcheiden bekwaamheden tot gemengde bezigheden; ja, mag ik zeggen, een gezellig charakter. De Bevers, Marmotten, Mieren en Bijen drekken daarvan ten bewijze; ja, de laatden zouden niet kunnen bedaan, zo niet het eene gedacht het andere uitdruk lijk te hulp kwam.

Bij ons gedacht hu, heeft de alvvijze Schepper onze roeping tot het gezellig leeven nog duidelijker aangeweezen, terwijl zulks niet flechts met onze behoeften, maar ook met den aanleg onzer natuure flrookt. De trek tot navolging, die zo algemeen is

Sluiten