Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 34 3-

Hoe ligtejijk zouden ook ,wij eene fchets van het heil van den burgerlijk gezelligen mensch kunnen vormen, welke de zo even gelchetfte beeldtenis duizendmaal zoude overtreffen? — het afbeeldfel van den mensch, die met zijns gelijken verbonden it:} om zijne innerlijke waarde en zijn geluk tot den hqogften trap te verheffen, welken zijne nntuur bereiken kan. Nimmer is hij bekommerd over de behoeften: dezen hebben zijne broeders, reeds over lang, voor hem bereid. Zijne dagen fnellen heenen, onder het genot van., onbefchrijflijke. vreugde. Alles, wat hij doet, verbetert zijnen ftaat, en— 'tgene zijn hart oneindig meer verkwikt — veritrekt ten besten zijner tijdgenooteu, en eener. nog gelukkiger nakomclïngfchap. Van goedwilligheid doordrongen, heeft hij duizend voorwerpen, om dezelve uitteöefenen. Hij vindt zeker nergends eenen gelukkigen , wien hij balzem in de wond gietenof moed en troost in het lijf behoeft te fpreken: alleen kan hij de algemeen heerfchende blijdfehap verheffen, door onderrichting, deelneming en liefde. Maakt hij het ontwerp tor eene roemrijke, edele en algemeen heilrijke verrichting — duizend handen zijn gereed, om hem te onderfteunen. Heeft hij zijn voornemen gelukkig ter uitvoer gebragt, dan klinkt hem de dankerkendtenjs zijner medeburgeren van rondom te gemoet; de zaligheid, welke hij in zich zeiven geniet, wordt nog vermeerderd door de vreugde-traanen, welken hij overal, daar hij verfchijut, ziet ftorten: het gevoel van den zegen, welken hij van den Hemel geniet, doet hem zijn hart in aanbidding en dank jegens den On-

ein-

Sluiten