Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 36 D—

de fchouders op. Wij fmeeden nieuwe dwaalingen, om één ftelfel te onderfchraagen, en tien ftelfels om ééne dwaaling te behouden. Wij zouden zeiven over veele grondflellingen, in onze meestgeroemde wetenfehappen, verfchrikken, wanneer wij ze eenmaal in hare waare gedaante, zonder vermomming of bekleedfels, aanfehouwden. Het menschdom heeft, in verre na, dien trap van befchaafdheid nog niet bereikt, welken het had kunnen, of nog kan bereikan. Wat kan ons bij deze treurige ervarenis anders vertroosten, dan de dochter des Hemels, de troost voor den lijdenden, de leidsvrouw des leevens — de weldaadige Godsdienst!

(V vervelg hierna.')

Sluiten