Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 33 j-

bcfpeurde van alle de predikatiën geen het minfïe nut. — Wat zal men toch bij zulke wederfpannigen met verftandige redeneeringen vorderen?"

„ Ware ik aldaar tegenwoordig geweest," hernam de Gouverneur, „ dan zou ik u zeer waarfchijnlijk de waare oorzaak der ongehoorzaamheid Van dit Kind hebben kunnen verklaaren. Naar maate onze ziel geftemd is, heeft zij ook invloed op ons algeheele gedrag. -Zodra mijne ziel met vreemde denkbeelden vervuld is, dan is 'geen voorwerp, hoegenoemd, in Haat, om eenige kracht op mij te oef.::en, al had zulks mij, op een' anderen tijd, in de aangenaamfte verrukking kunnen brengen. Uit dien hoofde, behoort men ook bij een Kind , om regt nuttig te zijn, eene gelukkige ftemmirg van ziel aftevvachten. Zeer veele onderrichtingen en vermaaningen blijven bij de Kinderen ten eeneumaale vruchteloos, omdat zij op een ongepast tijdftjp worden voorgedragen. Dus is het, bij voorbeeld, doorgaands zeer onvoorzichtig, ten minften ontijdig, gehandeld, om een Kind, onmiddellijk, nadat het zich aan eenige verkeerdheid heeft fchuldig gemaakt, met verwijtingen en aanvoering van g.'onden voor en tegen te overweldigen: want het Kind bevindt zich, na de ontdekking , in groote verlegenheid en angst, en wat zal dus hier eene lange predikatie baaten, daar het Kind volftrekt ongefcliikt is, om dezelve aantehooren? Laat men daarom een tijd lang wachten, totdat de beangstte ziel wederom tot hare vorige rust is te rug gekeerd. De opvoeder zelf Spreekt ook alsdan veelal met drift: daardoor is htj buiten ftaat, om zijne gezegden behoor-

Sluiten