Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 41 )-

en hoedanigheden van ligchaam en ziel. Van het tijdelijke ging hij over tot de uitzichten in het toekomend leeven, en liet geene beweegredenen ongemerkt voorbijflippen , welke tot zijn oogmerk konden dienen. Zijne pooging, om den ongelukkigen te redden, eer hij. een flagtolfer van 't verderf ware , was zo welmeenend ; zijne vlijt zo verftandig en aanhoudend, dat zijne moeite niet wel te vergelden was. Hij bediende zich van de hulp eens Geneesheers, die voor het ligchaam; terwijl hij voor de ziel zoude zorgen. Dan, ondanks alle moeite, wilden hunne poogingen niet gelukken, omdat de jongeling, zeer merklijk s in leevendighei'd verminderd, over 't geheel genomen niet genoeg koude bewoogen worden. Daarop befloot de Gouverneur , hem meer, dan te voren, in Gods open fchepping te geleiden , en dit bleef niet zonder een gewenscht gevolg. Zijne leevenrfigheid keerde te rug, en hij werd van dag tot dag, als 't ware, vaardiger in de beoefening zijner verftandelijke vermogens. Op zekéren tijd, kwamen zij op eene hoogte, van welke zij het fchoonfte uitzicht hadden. Dit tooneel was voor den Jongeling aandoenlijk. Op den febooeften dag, waarop de Natuur alle' hare Kinderen verkwikte, plaatllen zij zich beiden op deze hoogte. Vóór hun lag de fchoone Stad, met alle hare bekoorlijke wandeldreeven, waarin zo menig gevoelig menfehenpaar hand aan hand wandelde. Ter regter zijde dreef eene groote rivier hare kronkelende ftroomen naar den oceaan; veele fchepen voeren af en aan , en het grimmelde rondom van menfehen, die allen C 5 even

Sluiten