Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 70 )-

ken, en daarvoor onbruikbaar gemaakt. De beoefening der konden, eindelijk, vormt een beroemd vernuft, terwijl de voorbereiding tot vervulling van huislijke plichten dienen moet, om eene kunstelooze, vaardige, verdandige en braave Huismoeder te vormen. Kan 'er nu wel immer een grooter verfchil plaats hebben, dan tusfchen den geest, de .bekwaamheden en gewoonten, welke tot het eene of tot het andere vereischt, en door oefening worden aangekweekt?

Dan, indien kunstbekwaamheden geenszins de eigenlijke verdiende eener Vrouw uitmaaken , waarin zal dezelve dan gelegen zijn? In eeuc groote belezenheid? In het Ieeren van oude en nieuwe taaien? In de verfijning van fmaak, door eenen vertrouwden omgang met de werken der grootde Mannen van alle eeuwen, of in de bekwaamheid, om zeiven iet dergelijks uittewerken? —

Maar, waartoe zal alle deze kunde aan eene huishoudende Vrouwbaaten, die geene gelegenheid heeft, om van dezelve in keuken of fpijskamer gebruik te maaken? Mogelijk, om hare eigenlijke bedemming, als mensch , te bereiken ? — Doch hiertoe is zulk een overvloed van geleerdheid niet noodig. — Mogelijk , tot opklaaring van haar verftand , ter vervulling van de plichten haares beroeps? — doch ook dit oogmerk zoude , bij eene uitgeftrekte geleerdheid, veeleer verhinderd worden. — Mogelijk, om eenen geleerden Echtgenoot, in uuren van uitfpanning, tot een aangenaam gezelfchap te dienen : — doch, mijn' Waardfte, een regtfchapen geleerde zal deze Verkwikking veeleer genieten in de huislijke

orde

Sluiten