Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 9* )-

dweeperij heeft een vermogen, om niet alleen 's menfehen verftand in. boeien van vooroordeelen en onkunde te kiuifteren; maar ook, om hetzelve daadlijk t verftompen. De dweeper wordt ftomp en onvat.baar voor het begrip der dingen, welken buiten den kring der zogenoemde hemelfche, geestelijke, zaaken liggen; geen wonder, daar de dweeperij zijnen geheelen geest, zijne ganfche aandacht inneemt, en fteeds bezig houdt.

Het ongeloof ftrerat de nuttige werkzaamheid van den burger niet, maar vermeerdert dezelve dikwijls, fchoon naar eene verkeerde richting. Dweeperij bevordert ajtijd traagheid en lediggang. Hoe dikwerf ziet men eén' man, die te voren een goed burger, en ijverig bij zijn werk was, nu, door de ziekte .van dweeperij overvallen, zijne zaaken.verönachtzaamen, en niets verrichten, dan 't gene de nood hem oplegt? Nu moet de waereld voor den hemel wijken, denkt de dweeper: maar hij begrijpt niet, dat hij nog niet inden hemel woont, en flechts nog op de waereld verkeert; hij begrijpt niet, dat men eerst een goed waereldburger zijn moet , om eenmaal een burger des hemels te kunnen worden, en dat hier ledigheid , bovennatuurlijke bevindingen , gemeenzaame omgangen met geesten, naarjaging van wonderkrachten, droomen, en gezichten, voor een* burger dezer waereld, niet anders dan flegte voorbereidingen ten hemel zijn kunnen.

Het ongeloof geeft tot zeer veel kwaad aanleiding; maar de dweeperij tot nog meer. De dweeper maakt zich zeiven en anderen, welken hij weet te ver-

blin-

Sluiten