Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 102 )—

gij alle gemakken des leevens genieten, en belaagt het UjFortvel, wanneer gij hem door eenen langduurigen omgang hebt leeren kennen, met uwe vriendfehap te verëeren, dan zal hij de gelukkigfte aller ftervelingen zijn." Nadat hij dit gezegd had, bragt hij Mifs Selton opzijn landgoed. Hij onderzogt in ftilte naar de omftandigheden van haare arme Moeder, bezorgde haar een inkomen, zonder dat zij wist, van wien 2ulks kwam , en fchreef haar den volgenden brief.

Uwe Dochter is onder de befcherming van een' regtfchapen man; ik reken mij verplicht, u hiervan kennis te geven. Ik weet, Mevrouw, dat ons hart dikwerf geen deel heeft aan daaden, welken wij door bekrompene omftandigheden menigmaal bedrijven. Ik houde mij verzekerd, dat gij leedwezen gevoelt over den ftap, welken gij gedaan hebt. De Hemel heeft u gered, en van den vloek bevrijdt, dien uwe ongelukkige Dochter mogelijk eens over u zoude uitgefproken hebben. Ik heb u een maandelijks inkomen toegelegd, welk u, op het einde van elke maand, door uwen Predikant zal ter hand gefteld worden. Ik begeer hier voor geene dankbetuigingen, welke der Voorzienigheid alleen toekomen; het is enkel eene fchatting, welke ik den ongelukkigen fchuldig ben , en de overtuiging , dat ik twee menfehen aan het verderf ontrukt hebt, is voor mij de grootfte belooning."

Toen Mevrouw Selton dezen brief ontving, konde zij haare aandoeningen naauwlijks bedwingen. Zij' viel ter aarde, en dankte den Almagtigen voor haare redding. Met afgrijzen zag zij op den ftap te rug, welken zij gedaan had. Alle de rampen „

welken

Sluiten