Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'K ben trouw;— ik gaf hem fluks mijn woord; Ik heb mijn eigen zaak verdedigd; Dood is hij, ja voor eeuwig dood, Dat monfter, ontrouw, eerloos, fnood!"

De fchuit ftoot weder aan den rand Van 't Land:

„ Gij weet, de Dood kan niet betaalen, Ik draag zo zelden geld op zak, Maar wacht, mijn vriend! ik leer u ftrak

Een middel^ dat u nooit zal faalen, Dat u, door.geld en overvloed, De moeite ruim en mild vergoedt."

„ Stel deze kunst op woeker uit!

De Buit

Zal nimmer, beste vriend, u misfen, 'K Verhef u heden tot profeet, Uw oog dring voordaan, wijd en breed,

Door duistere geheimenisfen! Weet dan, bij ieder zieken-bed Staat zeker altoos mijn Scelet;'"

,t Doch *t duider oog des flervelings ziet Mij niet;

v 'k Zal echter mij voor u ontdekken:

Sla dus alleen mijn ftaadplaacs gaé»

Wan.

Sluiten