Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 187 )-

tig te maaken. — Is de waereld dan een traanen-

dal?

Maar, vraagt men mooglijk , wat toch is de reden , dat een gansch volk, voorheen bloeiend, gelukkig , van tijd tot tijd in aanzien en vermogen vermrodere en eindelijk zijne welvaart geheel verlieze? — Men kan de voorgaande redenkaveling volkomen toeftemmen, ten aanzien van ieder mensch, in 't bijzonder ; maar hoe is 't mooglijk, dat ook een geheel volk te gronde ga: een volk, 't welk, wel is waar, flegten onder zich heeft; doch waaron-r der ook braaven zijn , die het nadeel , welk de eerstgenoemden aan de maatfehappij in h algemeen toebrengen, rijkelijk kunnen opweegen? — Wij zuilen de vraag beandwporden.

Een volk, waar het ook zij,blijft dan eerst gelukkig , wanneer het hoofd voor hoofd , of ten minden verre het grootfle gedeelte, door eenjlemmige, vaste en eerlijke beginzelen bezield is. — De gefchiedenisfen der volken leeren o,ns deze waarheid allerwege. Een volk is in zijne opkomst doorgaands eenvoudig, elkander gelijk of weinig verfchillende in rijkdommen; onderlinge trouw en genegenheid verbant uit aller harten de verkeerde aanporringen van eigenbaat; — het beoogt eenflemmig één doel, en,werkt dus Uit één beginzel; de magt wordt daardoor meer vermogende , duurzaamer, en men 'bereikt glorierijk het voorgenomen doel ; maar zodra is hetzelve niet gevestigd, of die zelfde zucht laat het niet rusten: andere, nieuwe , overwachtte uitzichten doen het volk al verder , naar, meer grootheid en aanzien

trach-

Sluiten