Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 15)8 )-

, Beminlijk Auburn! Moeder der zaligde oogenblikken — uwe bosfchen zijn de droevige getuigen van het geweld des Tirans. — Hier, wanneer ik in eenzaamheid, in het midden uwer verwilderde dreeven, en vernielde bosfchaadjen , wandele , en — veele jaaren zijn 'er zedert verlopen — terugkecre, om te zien, waar voorheen de hut ftond , de hagedoorn groeide — dan vernieuwt zich de herinnering aan voorige tooneelen in haare volle kracht — dan zwelt mijn boezem , en de verlopen tijd verandert in fmart.

Onder al mijn omzwerven op deze waereld van ellende — bij alle mijne rampen — God heeft mij mijn befcheiden deel gegeven — vleide ik mij nog met de hoop , dat mijne laatfte uuren gelukkig zouden wezen ; dat ik mij in deze ftille hutten zou nederleggen; de lamp des leevens tot aan het einde toe zien uitbranden, en door rust de vlam voor het uitblusfen zou bewaaren: — ik had nog hoop — en wat hoopen wij nietige ftervelingen niet ? — dat ik mijne kunde onder de landlieden zou kunnen uitdeelen — rondöm mijne haardftede een gezelfchap bijeenverzamelen, en vertellen, wat ik al gevoeld, wat ik al gezien heb. — En, gelijk een haas, die door jaagers en honden vervolgd wordt , naar zijn leger verlangt, dat hij pas te vooren verlaten had,, zo hoopte ik ook, wanneer mijne langduurige rampen zouden geweeken zijn, herwaards te rug te zullen keeren-, en eindelijk — in mijn huis te fterven.

O gezegende eenzaamheid! Vriendin van de daalende zon des leevens — veilige wijkplaats voor de

zor-

Sluiten