Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£-( sop )—

weg-geplaatst,- aldaar eerf naar en akelig fchouwfpei op. — Het paleis, waar het genoegen, in den middernacht j. den troon beklimt, neemt hier de pragtige fchaar, rijklijk uitgedoscht, onder het dak; de toevloed der Grooten vervult de verlichtte marktplaats; de ratelende .rijdtuigen , hoort men van alle kanten; de brandende fakkels verblinden het oog.,— „Trouwens, tooneelen , gelijk , dezen , verwekken nimmer verdriet! Zij zijn blijken eener algemeene vrolijkheid!" — Is dit u ernst? . ,. . Ach! vestig uw oog op de plaats, waar de arme .Vrouw , onder den blooten Hemel, van koude ligt te rillen. — Eens, toen 2ij door den.overvloed van het land werd gezegend, fchreide zij, bij het verhaal van de gefchiedenis der lijdende onfchuld; haare zedige oogen waren een fieraad der-ftulp, even gelijk het Maagdelicfje, dat onder de doornen groeit. — Nu is alles weg;, haare Vrienden zijn met haare deugd verloren: naast de deur van den verleider legt zij zich neder, en befchreit — verftijfd van koude en doorweekt van zwaare ftortregens — .met een berouwhebbend hart, het rampzalig oogenblik , waarop zij allereerst, door de trotsheid en pracht van het Stads- leeven. aangemoedigd, haar fpinnewiel en landgewaad verliet.

Bekoorlijk Auburn! Deelen ook uwe bêminlijkc bewooners, uwe lievenswaardige Kinderen, in haaren rampfpoed? Ach ! welligt bédelen zij op dit eigen oogenblik, door koude en honger geperst, aait de deur van den trotfehen, om eene beete broods 1

II.D.II.S. O Ach!

Sluiten