Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( =31 )-

§• 34-

Alwie onzinnig of boos genoeg is, om iemand, terwijl hij fpreekt, met belagchlijke gebaarden ageer zijnen rug te befpotten , en vervolgends, wanneer deze het mogt bemerken, wederom eene eenvoudige , vroome of ernftige houding aantenemen, heeft gewis geen goed hart , en kan nimmer als een echt Vriend vertrouwd of aanbevolen worden.

§• 35-

Nog flechter, evenwel, zijn zij, die ongelukkigen belagchen. De waereld gebruikt in dit ftuk maar al te veel verfchooning; het aantal van ongelukkigen wordt doorgaands veel te laag bereekend. 'Er is geen ongelukkige, of hij verdient ons mededogen, even als ieder armoedige eene onderfteuning: hij, die hiermede fpotten kan, beleedigt de menschheid.

§• 36.

Menfehen, die zelden een perfoon of zaak prijzen, maar alles berispen, alles geheel verwerpen, verraaden doorgaands het meest hunne onkunde, terwijl zij uit het oog verliezen, hoe veel' moeite het koste, eer eene zaak tot volkomenheid gebragt is. Hij, die eene zaak regt kundig is , zal haare gebreken, meestal met een enkel woord, althands zeer gematigd, aan den dag leggen.

§• 37-

Dikwerf verbergt zich de trotschheid onder het tnasker der nederigheid, even als de ondeugd onder

dat

Sluiten