Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 240 )—

yalsch? Is hij zwak of fterk? Zou ik van hem een rijp oordeel kunnen verwachten ? Zoude hij zo ligtzinnig handelen, als hij fpreekt, of zoude hij zijn éénmaal aangenomen gevoelen onverzetlijk vasthouden? Is hij leevendig, of flaaperig — werkzaam of vadzig?

Spreekt hij langzaam, of fchierlijk? Is zijne ftem duidelijk of onduidelijk, helder of dof, vol of hol, fchel of brommende, huilende of piepende; of is zij duidelijk en bevallig? Vliegt zijn oog door het hoofd? Is het verfmagtend? Teekent het koelheid of vuurigheid? Is zijn gang bedaard en deftig, of rasch en onbeftendig? Is zijn fchrift grof of fijn: zijn de letters rond of puntig, gelijk of onregelmaatig: lopen de regels recht of fcheef? Is hij luimig, fchertzend, vernuftig of fpottend? Bezit hij eenen waarnemendcn geest? Heeft hij een fcherp en welwikkend oordeel, of een fterk geheugen ? Zijn zijne gefprekkcn vol van verbloemde zegswijzen en vergelijkingen, of zijn zijne uitdrukkingen eenvoudig en plaf? — Zie daar eene menigte van vraagen, welke allen in de daad opmerking verdienen!

Daarenboven behoort hij . ook nog van eene andere zijde befchouwd te worden, en hiertoe moet men zich het volgende voorftellen. Welke zijn zijne fouten, zo ten aanzien van zijne uitwendige leevcnsvvijze, als van zijn verftand en hart? Welke is zijne zwakke zijde? Door welke hartstogten wordt hij beheérscht? Waardoor is hij gemaklijkst te winnen? Welke is zijne geliefdfte bezigheid? Waarin bezit hij de meeste fterkte, en waarin kan hij het

meest

Sluiten