Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-e 246 >-

Wat toch, bid ik U, is wel het voornaamfte doel van alle opvoeding? — Ik houd mij verzekerd, dat gij daarin met mij volmaaktlijk zult overëenftemmen, dat hetzelve gelegen is in de vorming van het hart. Het hart, zo veel mooglijk, tegen fchaadelijke indrukken te behoeden; de opwasfende kiempjes van hevige driften en hartstogten te maatigen en gelukkiglijk te leiden; het natuurlijk zedelijk bezef van regt en onregt zorgvuldig te ontwikkelen, te verfterken en te veradelen; het jonge hart open en vatbaar te houden voor alles, wat een zuiver genot - van het leeven verfchaffen; voor alles, wat hetzelve met eenevuurige verknochtheid aan, en liefde voor God en de maatfehappij , voor de menfehen, die hem op aarde de naasten zijn, en voor de belangen des ganfehen menschdoms vervullen kan; voor alles, wat gefchikt is, om hetzelve goedwilliger, werkzaamer, geruster en beter te maaken; in één woord, het jonge hart, in den edelden zin, te verheffen, — behoort het eerfte, en altijd het voornaamfte doèl te wezen van eiken Opvoeder. En langs welken weg kan hij zulks zekerer en gemaklijker bereiken: waar vindt hij zulk eene reeks van verfchillende belangen en fterke drijfveeren: waar heeft hij, in 't algemeen, immer zo veele en onderfcheiden middelen bij de hand, om dezelven behoorlijk te laten werken, als in den kleenen kring, in welken het Kind ten voorfchijn treedt — in het huis zijner Ouderen? Gewis; nergends is meer gelegenheid, om"'het hart te vormen; het verftand te befchaaven; een warmer en onuitleschbaar gevoel van godsdienst , - en

Sluiten