Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 266 )—

K. LïgteliHc gezegd: maar zoude het ook even gemaklijk zijn uictevoeren?

V. Zo niet gemaklijk, dan met eenige moeite en ftandvastigheid.

K. Ook dit zal naauwlijks mooglijk zijn , zodra men deze fpringveer bij aanhoudendheid wil beproeven, en door het gebruik poogt te verfterken.

V. En waarom niet?

K. Omdat ons gevvaarvvordelijk vermogen in het algemeen, zodra het — ik zal niet zeggen, meer — maar zodra het flechts in eene gelijke maate met onze verftandelijke vermogens geoefend en verflerkt wordt, ongetwijfeld het overwicht boven de laatften verkrijgen en behouden zal; omdat 'er, naamiijk , in onze geheele natuur, over het geheel genomen, meer zinnelijks, dan verftandelijks, plaats heeft, en omdat bovenal onze ziel meer neigt tot een gewaarwordelijk gevoel, dan tot eene verftandelijke overtuiging, door middel van duidelijke en regtmaatige gevolgtrekkingen. — Daarenboven, is het medelijden zelf meestal van dien aard, dat het de ziel van den medelijdenden meer of min verzwakt, verwijfd en ongefchikt maakt, om zijne gewaarwordingen te beheerfchen, en binnen die paaien te houden , welken door verftand en plicht worden voorgefchreeven.

V. Uwe aanmerking moge doorgaan, ten aanzien van een te verre getrokken of onmaatig medelijden; maar zij betreft gewis alle zoorten van mededogen niet.

K.

Sluiten