Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 291 >

ken hem ten voedzel en tot verflerking zijner leden ; haare zorg dient' ter zijner befcherming, en haar vriendelijke lagch , gepaard met de zagtheid haarer ftem , verfchaft hem het eerfte genoegen, waarvoor hij vatbaar is. Eenzaam en ftil brengt hij den eerften tijd zijns leevens, of aan haare borst, of op haaren fchoot door: in haare armen ontwikkelen zich, van langzaamerhand, zijne uitbottende vermogens; door haare tedere gefprekken leert hij, van tijd tot tijd, de voorwerpen kennen en met woorden uitdrukken; onder haar opzicht, maakt hij het allereerst gebruikt van zijne leden , en verkrijgt de eerfte aanleiding, om zich met zijne eigen handen te voeden, fchaadelijke voorwerpen te leeren onderfchciden en vermijden , en , in de verkeering met anderen, meer en meer, van. zijn beflaan overtuigd te worden. Nu rijst 'er in de ziel van den jongen Waereld-burger een nieuwe en onweêrftaanbaare trek tot zijne Moeder op, welker aanhoudend gê-zelfefeap hierdoor voor hem onontbeerlijk wcrdt. A les, Rjt hij moet gevoelen, verrichten en uitftaame'en, hangt van de wenken, de aanwijzing en het voorbeeld zijner tedere verzorgfter af, en dus is genoegzaam zijn ganfche lot aan haaren gemeenzaamen omgang verbonden.

Hoe duidelijk toont dit geheele beloop der natuure, dat het Kind, in dezen tijd, van zijne Moeder alles verwachten moet! En is het eene waarheid, welke door de naarfpooringen van iederen oplettenden Opvoeder ten vollen betoogd is, dat de Mensch, juist in dit tijdftip, den geheelen grond behoort te legT 4 gen

Sluiten