Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 292 )—

gen tot zijne ligchaamlijke en zedenlijke volmaaking, hoe eerwaardig is alsdan niet het algeheele befiaan eu de plicht eener zorgvuldige Moeder!

Schoon nu deze 'waarheid algemeen erkend en aangenomen is, en men dus met reden konde verwachten, dat de Moeders ~ als bewust zijnde, dat zij met alleen tot voordbrengflers en vërzorgfters , maar wel inzonderheid tot de eerfte en voornaamfte oPvoedfters des menfchelijken geflachts beftemd zijn — zich van jongs af zouden toeleggen, om dezen gewigtigen plicht, ter eere van den Schepper, ter bevordering van het geluk haarer nakomelingen, en tot haare eigen gerustftelling en vreugde, ten naauwften te vervullen — fchoon men dit alles met reden verwachten mogt, leert ons echter de ondervinding van geheele eeuwen, dat dit deels met, deels, buiten haare fchuld, of flechts onvolkomen, ofwel geheel tegen de oogmerken der natuur , en ten verderve van geheele geflachten , in acht genomen werd. De algemeenfte reden hiervan was wel deze , dat rechtfehapen Moeders, ter vervulling van haaren gewigtigen plicht, weinig of geheel geene, of ook wel eene verkeerde, aanleiding ontvingen , en dat men, in 't algemeen, de eerfte opvoeding der Kinderen, of in 't geheel van geen gewigt befchouwde — vermits men, bij mangel aan doorzicht, de ziel van't Kind voor geene eigenlijke befchaaving vatbaar hield, en te weinig kennis bezat van de waare behoeften en verzorging des te deren ligchaams — of, dat men op de beste wijze meende te handelen, wanneer men de Kinderen nu door laffe vleierij, dan door eene wree-

de

Sluiten