Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 3>3 )~

B IJ L A G E (A.)

TWEEDE VOORZANG. Wijs: God zal mij zijn aanzicht toonen, SCHUTTï.

M

enfchenvrienden! Kent uw waarde! |

Smaakt, ei fmaakt hier gulle vreugd!

• r

Heft uw' zielen op van de aarde'.

Weest vernoegd, verrukt, verheugd! J

Waare vréugd beftaat in 't leeven ~

Voor het nut van *t Algemeen. |

L fit.

God heeft zelf dat doel gegeven,

Deze Wet aan ieder eén. J

Zij, die flechts zich zelv' bedoelen, _ In hun wandel, in hun reên, Zullen noit een vonkje voelen

Van die aardfche zaligheên: j

Neen; het ftreelendst vergenoegen ^

Streeft den Menfchenvriend op zij. I

L hit

Bij zijn werken en zijn zwoegen, f

Smaakt hij Hemelslekkernij, J

Hij alleen kent 'sMenfehen waarde!

Hij — de Menfchenvriend — is groot! j

Hij leeft hier gerust op aarde, f b'S'

En is zalig na zijn dood. Ji

Ja , gewis, aan Menfchenvrinden «.

Wordt de Eerkroon toegezeid:

Tijd, noch nijd, zal niet verflinden f *"S'

't Heil, d«n Menfchenvriend bereid. J

BIJ-

Sluiten