Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 325 )-

eten het verderf des ganfehen Lands te verwachj. ten.

De Onkundige is ook niet zelden een ongelukkige flaaf zijner onkunde. Het oordeel van onderfcheiding misfende, befchouwt en beoordeelt hij dikwerf zaaken van gewigt als beuzelingen, en beuzelingen als zaaken van belang: onbekwaam, om tot den waaren grond der dingen doortedringen, maakt hij niets beteekenende dingen tot bergen van zwaarigheden, terwijl hij'onverfchillig blijft, midden in de gevaarlijkfte omftandigheden. Van daar, dat hij geloof geeft aan fpooken en toverijen: dat hij zich bang maakt voor bullebakken, en nachtgezichten; terwijl bij volftrekt weigert, geloof te geven, aan de wonderbaare werking van Eleariciteit, Luchtpomp of Magneet, en veele nieuwe en nuttige-emtdekkingen. Betreurenswaardige Onkunde, fchaadelijk monfter voor de Maatfehappij, dubbel waardig, dubbel noodzaakelijk, dit wij de verbetering ter harte nemen!

Ziet-daar, menschlievende Hoorers en Hooreresfen! eene kleene en bekrompen fchets van de nadeelen der Onkunde! Wie twijfelt nog, of Onkunde is de bronwel van ongeregeldheid en zonden.— Wie is 'er, die het niet dubbel der moeite waardig acht, dat wij nog kortelijk de oorzaak der Onkunde aanwijzen, en daarna de middelen ter verbetering voorftellen.

Daar de onkunde, bij^rechtfehapen en verftandige Menfehen vrienden, van vroeger tijden af, is befchouwd, als de pest voor het bijzonder en maatfchappelijk geluk, hebben veelen zich reeds toegelegd, om haare bronnen aantewijzen. — Meest allen X 5 ko-

Sluiten