Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 337 )-

Ja, o vreugd! Gij zult volharden!

Zondt gij aarz'ien? aarz'Ien! neen! Die een Kind van God wil wezen,

Leeft Tot Nut van 't Algemeen.

Thands zoude mijn onderwerp de aanwijzing kunnen vorderen, hoe elk onzer kan medewerken tot afbreking van ongeregeldheid en zonde, en tot opbouwing van kennis en deugd: maar,behoef, ik daartoe wel iet meer te zeggen, dan — wordt Leden van de Maatfehappij, Ttt Nut van V Algemeen ! — Zegt niet: „ Ik kan, van wege mijnen Godsdienst, geen Lid worden!" Want hier komt geen onderfcheid van Godsdienst te pas: of is 'er een Christelijke Godsdienst, welke den plicht van algemeene menschlievendheid uitfluit? Zegt ook niet: „ ik ben te onkundig, om een Lid dier Maatfehappij te worden; daar moeten alleen geleerde en kundige lieden in zijn!" — Gij dwaalt, mijne Waardften ! Slechts één dukaat in het jaar, en gij zijt een Lid dezer Maatfehappij! Gij helpt daadelijk een goed oogmerk onderfteunen, tot welks bevordering uw plicht, als Mensch en als Christen, U roept, terwijl gij, door de meerderheid der toelaa'ge, de nuttigheid des te meer helpt uitbreiden , en voor uwe onderfteuning alle de uittegeven boeken om niet ontvangt! _ Zoudt Gij te gierig zijn, om flechts dit weinigje tot zulk een algemeen menschlievend einde aftezonderen! Immers dit, althands, mag ik van U niet denken, die reeds onze poogingen, ten nutte der Kinderen van Minvermogende Ouders, met uwe edelmoedige milddaadigheid hebt willen onderfteunen!

Ja, eer ik mijne taak voor afgedaan kan houden, moet ik nog, met een kort woord, gevvaagen van dit V 3 al-

Sluiten