Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 352 ) —

fchuldig zijn kan aan fouten of misdagen , welke cle gelukzaligheid des leevens, of de vergenoegdheid des harte zouden kunnen verdooren.

Zie daar ééne der voornaame redenen , waarom veele Menfehen — hoe benijdenswaardig anderszins hunne uitwendige omdandigheden ook mogen wezen — niet regt gelukkig zijn , of kunnen zijn. Zij misfen in zich zeiven de zuiverde en beste bron van waar vergenoegen, en moeten, om zich zelvcn niet geheel te verontrusten, zich, als 't ware, voor hunne eigen harten verfchuilen ; zij moeten hunne toevlucht nemen tot verdrooijingen en vermaaken , die het bezef van fchuld voor een wijl tijds verbannen , en mogelijk nieuwe bronnen openen van fchijnbaare geneugten: — geneugten echter, welker indruk even rasch verdwijnt , als hij ontdond , en die eerlang zich zeiven moeten verwoesten. Daar zulk eene opvolging van waare zelfsvoldoening niet altijd mogelijk is , blijkt het ook zeer klaar, dat het hem even onmogelijk is , om op den duur vergenoegd te wezen. De pooging zelve, welke hij t'elken reize aanwendt, om zich zeiven te ontwijken, zich zeiven , in zekeren zin, ce vergeten — deze pooging zelfs , al vond hij telkens nieuwe gelegenheden tot verdrooijingen, vergiftigt alle zijne overige, het zij wezenlijke of fchijnbaare, geneugten,

Dan, 'er is nog eene andere en voornaame bron van ontevredenheid, welke het geluk der ftervelingen, zo niet veel meer , ten minden even jammerlijk, verdoort, ja dikwerf geheel vernietigt. Veele Menfehen bevinden zich, voor het uitwendige , in

zeel

Sluiten