Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 357 )—

ren kant, dat de* al te groote gevoeligheid eene zwakheid van geest voordbrengt , welke dikwerf jammerlijke onheilen met zichfleept; ja, den Mensch, niet zelden, gansch en al ongeliikkig maakt. Hij , die fterk van geest, en daarbij waarlijk braaf is, zal, in zulk een geval , den juisten middenweg verkiezen. Hij zal zijnen natuurgenoot, zijnen vriend alle de dienften bewijzen, welken men van het tederst mededogen verwachten kan; doch hij zal ook te gelijk zorg dragen , dat niet zijne eigen ziel door aandoeningen geheel vermeefterd worde, en daardoor tot eene volflagene werkeloosheid, of tot eene geheel verkeerde werkzaamheid vervalle. Eene naauwkeurige befchouwing en kennis van de waereld, en eene zuivere waardeering van de egte waarde der ondermaanfche dingen zullen hem hiertegen genoegzaam wapenen, en, zonder het lijden van anderen uit het oog te verliezen, hem zijn geluk voornaamlijk tot zich zeiven doen bepaalen.

Doch , laat ons de noodzaaküjkheid van de waare fterkte van geest ook in andere gevallen opfpooren. Zij zal zeer rasch blijken, zodra wij ons het wisfelvallige beloop des menfchelijken leevens herinneren. De man, op heden tot het toppunt van eer gefteegen , daalt morgen tot den laagften trap van. verachting. De wraak vervolgt de opregtheid , daar zij waarheid fpreekt; de onfchuld wordt befpot en verguisd; de baatzuchtige treedt regten en wetten met voeten. De ganfche waereld is vol van allerleie verkeerdheden, listen, bedriegerijen , ontrouwe bejegeningen, ondankbaarhedgn, en latteringen; zij wordt,

als

Sluiten