Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*-C 3«5 >•

twfnf: dfe het beweent, wanhoopt aa„ de ver. betering."

„ Nog beter is het, eenter, de openbaare gedra gingen en gebreken der menfehen bedaardelijk te aanfehouwen, zonder dezelven fterk te belagchen of te beweenen: want hij, die zich door de rara' pen van eenen ander laat pijnigen, is 0p den duur ongelukkig, en die zich in eens anders kwaad vermaakt, geniet een onmenfchelijk genoegen."

„ Wat onze eigen rampen betreft, ten dezen ->anzien moet men 'er or> uit zijn, dat men de droefheid zo verre laat werken, als de omftandigheden vorderen, en niet, zo verre als de gewoonte dikwerf eischt. De meeste menfehen fchreien, om tö fchreien, en hebben drooge oogen, wanneer zij alleen Z.jn. Waarom? Omdat zij het fehandelijk reekenen met te weenen, wanneer een ieder bet doet ■ Zoa zeer is reeds bet kwaad, om zijn geluk in de goedkeuring van anderen te zoeken, ingeworteld, dat zelfs de allereenvoudigfte zaak, de droefheid naamelijk, almede een voorwerp van veinzerij gewor. den is."

„ Ook dit kwelt en bedroeft zeer veelen dat het zomtijds met braave Mannen zo ellendiglijk afloopt. Denk aan eenen SocRATES, eenen R „. tilius, eenenPoMPEjus, eenenCicESo, eenert Cato, die leevendige beeldtenis 'van alle deugden! Men kwelt zich noodwendig over de onbillijke belooningen van het geluk. Wat, denkt men, wat zal ik te wachten hebben, daa. de beste men. fchen xo jammerlijk rampfpoedig zijn? Doch, laat As a dit

Sluiten