Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

VADERLIJKE RAAD.

AAN

MIJNE DOCHTER. (Vervolg van II. D. bladz. i8o.j

IVfaar, zou ik dan zoo laag op uwe Sexe nederzien, dat ik U, mijne Waardfte, tot niets minder, dan tot eene loutere Huishoudfter pf Keukenmeid zou vernederen? y- Deze vraag zal zich zelve, uit het volgende, het best beiindwoorden, wanneer ik U, mijn' Dochter, in de vierde plaats, voordrage, wat ik al verder van eene welopgevoedde Vrouw van jiwen rang vordere.

En, waarlijk, deze taak is niet gemakkelijk. Mijns oordeels, beftaat zij in niets minder, dan in het bezit van zulke kundigheden en hoedanigheden, zq door mondeling onderwijs, als uit gefchriften, welke tot haaren eigen ligchaamlijken welftand, tot haar eigen geluk, tot het genoegen van haaren Echtgenoot, tot eene verftandige behandeling en opkweeking van jonge Kinderen van beide Sexen, en bijzonderlijk tot de algeheele opvoeding van haare toekomftige Dochters behooren,

Een«

Sluiten