Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 391 )—

Èene Vrouw heeft, ongetwijfeld, even als ieder ari> der mensch, eene natuurlijke verplichting, om haare' menfchelijke begaafdheden en bekwaamheden — wel te verftaan , altijd met betrekking tot -haare bijzondere roeping , als Echrgenoote en Huismoeder - zo fterk aantekweeken en uittebreiden, als de betrekkingen , in welken de Voorzienigheid haar door geboorte ea omftandigheden geplaatst heeft, immer gedoogen. Met dat alles ligt zii onder de bijzondere verplichting * om zich voornaamlijk tot dat gene voortebereiden , welk haar kan in Haat ftellen , om het leeven van haaren Echtgenoot te veiüangenaamen , de eerfte opkweekfter haarer Kinderen , en vooral der Meisjes te wezen. — Laat ons deze kundigheden en hoedanigheden wat nader befpiegelen.

Inde eerfte plaats, behoort zij, even gelijk ieder redelijk fchepzel, eene duidelijke en grondige kennij ti hebben van haare algeheelebeftemming, als Mensch, en van die , welke haar bijzonderlijk als Vrouw betreft ; eene kennis van haare algemeene en bijzondere plichten , en van de middelen , waardoor derzelver vervulling verligt en bevorderd wordt. Om zekere loopbaan naar behooren te voleinden , moet men den weg, die derwaarts heenenleidt , met deszelfs zijwegen en kronkelpaden volmaaktelijk kennen. Zulk eene loopbaan is voor ons, menfehen , het leeven op deze aarde. Wij allen hebben op dezelve een gemeenfchaplijk en bijzonder doel , welk ons te bereiken ftaat.- Het eerfte, naar welk wij allen, van den koning tot den bedelaar, moeten ftreeven, is de algemeene roeping, om gelukkig te worden en

ge-

Sluiten