Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 4*8 )-

gehoor gevende, de verlichting der agttiende eeuw gaarne te baat nemen, om dè ftelregels der aloude barbaarschheid , tot nog toe-zo vaak door de heerschzucht gehandhaafd, te doen zwijgen , en derzelver plaats met inzettingen te vervullen, welke de menschlievendheid, de waarheid en de billijkheid tot haaren grondüag hebben, en daardoor juist! gefchikt zijn, om een Volk , dat eenig bèzef van menfchelijke waarde heeft, bloeiend, groot , roemruchtig en gelukkig te maaken. Daar de burgerlijke wetten wijslijk en billijk verordend zijn , zal vrcede en eendracht , ^pijheid en welvaart heerfchen.

't Is bekend, hoede Groot-Hertog van Toskanen, reeds in vorige jaaren, bijzonderlijk in 1780 en 1781, in de landen zijner heerfchappije, zeer aaumerklijke verbeteringen, ten aanzien van zommige burgerlijke inrichtingen, gemaakt heeft. Het fehijnt voor den grooten Leöpold — een 'naam , dien wij niet dan met den diepften eerbied noemen — bewaard te zijn , om,bijzonderlijk met betrekking tot de Lijfftrafiijke Wetten, een Edict aftekóndigen, welk zijnen naam , als een egt Vader zijns Vaderlands, gewisfelijk zal vereeuwigen. „ Het onderzoek en de hervorming derzélvenzegt deez' Vorst zelf, „ had hij, van den beginne zijner regeering, als één zijner hoofdplichten aangemerkt, en had ook daadelijk bevonden , dat deze Wetten — alleen uitvloeifels van barbaar'fche tijden 5 alleen ontworpen bij een ongelukkig tijdltip van beflisfmg in het Romeinfche Rijk , of alleen gevestigd in tijden eener jammerlijke regeeringlóosheid — geenszins voorfchriften zijn konden

Sluiten