Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 46° )-

ders, die, langs dezen weg, de laatfte hand aan de opvoeding willen leggen, zich zeiven overreeden, dat zij voor hun kostelijk geld iet beter kunnen koopen. Alleen verwachten zij niets minder, dan dar de jonge Heeren de waereld leeren kennen, en dat zij in bevalligheid van ^eden, in fmaak en grondige kennis, niet flechts de innerlijke waarde van hun geld, maar zelfs nog een voordeelig agio zullen kunnen bereekenen: doch gij, misleidde zielen, hoe ellendig is uwe balans gemaakt tusfehen winst en verlies!

Hij, die nationaale deugden en gebreken, zeden, inrichtingen, gebruiken, welvaart, vrijheid, rampfpoed; in dén woord, hij, die alle zodanige dingen naauwkeurig wil waarnemen; welker gevolg een» hooger' of minder' trap van tuaionmak gelukzalig, heid uitmaakt, behoort ten minften den aard dezer dingen te kennen, en de betrekkingen te weten, in welken zij tot elkander ftaan. Hij behoort te weten, op welke wijze dit alles, niet flechts bij den enkelen mensch, maar zelfs bij een gansch Volk gewoon is te werken: hij moet de bronnen van zeldzaame ftaatkundige verfchijnzelen, hoe diep verholen , hebben leeren opfpooren; de blijkbaarfte tegenftrijdigheden kunnen vereenigen, en zich door geene vooroordeelen, van welken aard ook, laten wegfleepen: en van waar zal de jonge Reiziger, van den gewoonen ftempel, alle deze bekwaamheden, deze uitgebreidde kundigheden, dit fcherpziend oog, du rijp verftand, deze rtandvasftigheid van begrip ontIcenen ? _ 0p zijne reizen ze!v«n ? Ik wil geens-

Sluiten