Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 47° )-

veele armhartige vraagen, zo veele onbeleefde vorder ringeu, en, eene koele bewondering moede , fluiten zij hunne kamer, en de eigenlijke kenner, die zich,welypeglijkheidshalve , geenszins als zodanigen ten eerHen kan laten aandienen, moet de zonden van den weetniet almede boeten, en krijgt niets te bezichtigen. En wat de openbaare verzamelingen betreft; derzelver oppasfers leeren welhaast begrijpen , dat zij, door al te veel onderrichting, hunne longen te vergeefsch vermoeien , en gewennen zich daardoor niet zelden aan den papegaaien-toon van den Savoiaard , die de beelden zijner toverlantaarn verklaart. Zij laten zelfs niet eens dat gene zien, 't welk indedaad belangrijk is „ omdat het minst in 't oog valt , en verre de meeffe befchouwers liever een ftukje geracete erts, of eene dagelijkfche crijftals - verandering begluuren.

Mee het bezoeken van beroemde Mannen is het niet beter gefteld. Met een ledig brein immers, welk het enkel daarom te doen is, om te kunnen zeggen; X*.ik heb dezen grooten Man ook gezien": laat zich weinig , of geheel niets goeds 'verhandelen. Hij zelf ■weet niets voortedragen , dat den geleerden of kunftenaar , aan wien hij zich zeiven opdringt , voor het tijdverlies van zijn bezoek fcbaadeloos zoude kunnen ftellen , en wanneer deze geenszins van louter dagelijkfche dingen fpreekt , loopt hij gevaar, om niet begreepen , cf op het haatelijkst kwaalijk yerftaan te worden. Gelukkig dan nog , wanneer hij, nog daarenboven, geenszins het verdriet heeft, om zijn gefprek, 't welk natuurlijker vvijze half verflaan,

ver-

Sluiten