Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 49» )—

zijn , het waare van het valfche te fchiften, zoude allerzekerst een blind geloof voordbrengen, „ welk erger ware , dan eene volftrekte onkunde." De onkunde is, door gepaste middelen, zeer waarfchijnlijk te genezen : maar het vooroordeel , dat eenmaal geworteld is, verdooft de kracht der reden, en deszelfs heillooze gevolgen' zijn nimmer te bereekenen. Het blind geloof verliest zeer zeker het waare onderfcheid tusfehen godsdienst en godgeleerdheid uit het oog ; hecht eene ingebeeldde waarde aan het gene op zich zelf ongewichtig is, en vormt, bij eene verkeerde gevolgtrekking , een zamenftel van plichten , welker betrachting geenszins heil of gelukzaligheid; maar ramp en verwoefüng teelt. Dat gene alleen, wat waarlijk godsdienst is, in het kinderlijk hart vroegtijdig aantekweeken, zal de heilrijkfte gevolgen baaren , zonder immer een blind geloof te behoeven.

„ Begin uw godsdfenltig onderwijs eerst dan, wanmeer het oordeel der Jeugd zoo rijp is, dat zij de gronden vooreen tegen volkomen begrijpen, en behoorlijk toetzen kan." — Zeer juist , indien het op godgeleerde waarheden doelt; — zeer valsch , indien men , met het bezef van waaren godsdienst, tot eene rijpheid van jaaren en verftand wilde wachten, wanneer de neigingen meestal hebbelijk geworden zijn, en het, zo fterk werkend, kinderlijk gevoel geheelenal is verwaarloosd.

„ De Jeugd moet alleen in den natuurlijken godsdienst onderweezen worden." — Bedoelt men hier , met de Jeugd, den kinderlijken leeftijd tot de S of 10 jaaren: dan is gewis niets redelijker; alles, wat men

haar

Sluiten