Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 523 )~

Als ik digter bij wilde komen, riep mi] eene fterrf toe : „ Vertrouw dezen God niet te veel ! Hij is blind." En op het zelfde oogenblik zag ik , hoe onrechtvaardig hij veelal zijne gefchenken verdeelde ; want de kruipende vleijer, enhii, die 't meeste béde.de , hadden vaak bij hem den voorrang. Ook zag ik eene veelhoofdige, onnozele, haatelijke 'fchimgedaante, 'voroordèel genaamd, rondom hem zweeven, die hem fteeds in de ooren fiuifterde , en , als hij gefchen'cen uitdeelde , zijne hand beftuurde.

Eene andere'ftem riep: ,, Neem zijne gefchenken niet aan ; ze zijn iedel en verganglijk; " En, in één oogenblik, was alles rondom mij veranderd. Het geheele Colosfus - beeld fcheen mij toe, een ascbhoop te wezen. Een huilende wind deed de fchatten Yan ziinen hoorn, sis kaf, in de lucht verftuiven, en uit donkere kluizen kwamen de Furiën der Hovelingfchap, haat, ni d en tweedragt, ten voorfchiin , en blikten de omftanders 'met vlammende oogen vol vergifts aan. Rondom mij heen was Dood en Verderving, en — ik ontvlood'den gruwel.

Toen zag ik eene derde verfchijning, in de gedaante van eenen Berg. Hij opende zich, en ziet ! hij was, tot in zijnen diepften afgrond , met goud gevuld, en de glans zijner fchatten deed de oogen fchemeren. In ontelbare fchaaren ijlden de menfehen 'er naar tce , om uit de ingewanden van den berg zich te verrijken; en hunne begeerte was zoo groot, dat zij, aan den ingang, elkander als Tijgers verfcheurden , zodat het bloed der verflagenen in breede ftropmen-den grond wijd en zijd bevogtigde. Ik zidderde, als ik

da

Sluiten