Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 545 )-

En ftaat verbaasd, verftomd , door zich zoo groot te vinden: O ! — heb ik eens in u mijn leeftijd doorgedacht; Sluit zich mijn traanend oog voor d'eindeloozen nacht, Dan zal mijn dor gebeent , bevrijd van aardfche lusten, ó Heilig,.lomm'rijk woud ! m uwe fchaduw rusten. Dat dan geen wufte beek eens ftervlings mij begluur'; Mijn ziel! fpocd haastig voord naar zulk een rustvol uur!

O diepgevoeiend vriend! met traanen op de wangen, Zal u het duister woud, misfehien, als mij, omtangen. A l c i p! ontvang dit lied, en denk aan uwen Vrind, Wiens jeugd, ver van u af, haar heil in traanen vindt; Als gij de fmart, die mij verteert, eens zult ervaaren, En 't oog te rugge flaat op reeds verloopeii jaaren, Ligt dat een traancnvloed u dan uit de oogen vliet',

Mijn Vriend ! o — fchaam u dan die edle traanen niet!

Zo gij gevoelloos waart, gij zoudt zoo groot niet wezen,

Ach'. mogt ik dit gevoel uit beide uwe oogen lezen!

Zo voelen zwakheid is , dan is die zwakheid groot.

Zag ik die traanen flechts — ö dierbre Tijdgenoot!

— Ja, de Eenzaamheid alleen verbergt nog onze fuiartc,

En zij getuigt alleen van ons vertederd harte.

ö Gceften'. die misfehien aan onze zijde ftaan , Ach! zaagt gij heden nog mijn ftille traanen aan:

Gij, die hier om mij zweeft Wat naam zal ik u'geven? —

Gij weent misfehien met mij zo ge in een beter leeven

Nog weenen kimt — — — en is mijn lied te zwak: ó .— ja —<7 Dan weent ons nog welligt het nakroost treurig na:

Nn a Doch,

Sluiten