Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 554 )—

meer dan een andere leeftijd, onderhevig is, moet ook de ledigheid hier in aanmerking komen. Ziet men niet dikwijls gebeuren, dat bet charakter van Oude Luiden, die te voren een bezig leeven leidden, maar zich nu van alle hunne zaaken ontdaan, en aan den lediggang overgegeven hebben, geweldiglijk tot hun nadeel verandert, en dat zij, die te voren aangenaam in den omgang waren , thands lastig , knorrig, bedilzuchtig worden, en alles verachten , wat buiten hen omgaat? Geeft dezen menfehen eene bezigheid, welke hun gevallen kan, en met hunnen ftand, zo wel als met hunne jaaren, overeenkomt, en gij zult hen van deze ziekte, voor het grootfte gedeelte, genezen. Menig huisgezin is, door dit hulpmiddel, op nieuws begelukzaligd geworden.

Begeerte naar lof is dikwijls bij de Menfehen in 't algemeen de fpringveder van dit karakter. Onverfchilligheid omtrend zijn' goeden naam en de achting van weidenkenden kan nergends anders, dan in

het allerlaagfle hart, plaats vinden, en is in de daad

het zij tot eere van het menschdom gezegd! — zeer zeldzaam (*). Begeerte, om door anderen goedgekeurd

en

(*) Men vindt menfehen genoeg, die fchijnèn den draak te fteken met het qifen dira t-en: doch hunïte daaden logenftraffen vaak hunne woorden. Indien de onverfchilligheid algemeener was, zoude men zekerlijk de gruwelijkfte booswigten geenszins zo dikwijls in het gewaad der heilige deugd ten voorfebijn treden, en den hoop der eenvoudigen zien misleiden.

Sluiten