Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 573 )-

Vrouwen, in het fluit der kleeding, te veroordeelen!"

Waarlijk, deze aanmerkingen van de fchoone Julia zijn niet zo geheel zonder grond.

Men philofopheert doorgaands wat ftreng over het gene de Sexe aangaat, vooral over de zucht om te behaagen. Indien de natuur, ook in dit opzicht, in haare bedoelingen, wat meer in 't oog wierd gehouden, geloof ik, dat men hier omtrend , met minder bedilzucht en meerder oordeel, zoude te werk gaan.

De Vrouwen verfieren, in zichzelven, het meefterfïuk der natuur; en zouden zij daartoe geene zorgen mogen befteeden ? Indien de kleeding overeenkomftig zal zijn aan de Perfoon , kan men dan afkeuren , dat al wat bevallig en fierlijk is, in de kleeding der Vrouwen gevonden worde ?

Deze aanmerking zal mogelijk niet aangenaam zijn aan zommige gehuuwde Mannen en Vaders; ja, mogelijk zeggen dezen : zoo worden onze Vrouwen en Dochters aangemoedigd tot verkwistingen alle dwaasheden vin ijdelen opfchik; ja,zoo worden alle vermaaningen verworpen, door vleijerijen, welke de zwakke Sexe in haare buitenfpo.orige geneigdheid tot optooifels rechtvaardigen ; en hierdoor krijgen zij waapenen in de hand , om alle goede oogmerken te wederftreeven, en de voorzichtigheid van Echtgenooten en Vaders te befchimpen."

Waarlijk, zwaare befchuldigingen, maar die bij mij niets afdoen , zo lang de trek tot een behaaglijk voorkomen en bevallige kleeding niet onbeftaanbaar is met een braaf en eerlijk charakter.

p p ^ Schoon'

Sluiten