Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 5«9 )-

De Heer V * * * daartegen, nog ongehuwd zijnde, droomde van geen gelukkiger lot, dan zijne dagen in de eenzaamheid van het landleeven onbekommerd te kunnen doorbrengen. Eene getrouwbeminnend Echtgenoote in zijne hut te bezitten, en deor Kinderen omringd te zijn, was het hoogfte toppunt van zijne wenfehen. Zijne omftandigheden, intusfchen, noodzaakten hem tot het ftads-leeven: doch zijne zucht tot ftille huislijke vreugde bleef dezelfde , terwijl hem geen grooter vermaak was, dan in het gezelfchap zijner Vrouw te vertoeven. Dan, nadat hun huwelijk het huisgezin met eenige Kinderen vergroot heeft, is 'er van deze zucht naar huislijke geneuchten geen fchijn meer te vinden. Hij ontvliedt zijn huis, zijne Echtgenoote en Kinders ; de luidruchtigfte en buitenfpoorigfte vermaaken worden ziine verkieslijkfte bejaagingen, en — zijne gezondheid is reeds gekrenkt. Ach dien Ongelukkigen! Hij is met zijne Vrouw bedrogen! De eerfte anderhalf jaar verliepen onder de verblindingen der eerfte huwelijks-min ; de vrouwelijke gebreken vielen niet zo zeer in 't oog, terwijl dezelven in't laatst, ook uit hoofde haarer zwangerheid , meestal werden over 't hoofd gezien. Doch , nu 'er zo veel te meer oplettend' heid nodig is bij het opzicht over de Kinderen , wier aantal van tijd tot tijd vermeerdert , nu openbaart zich ook zo veel te duidelijker haare onkunde. Nu blijkt het ten vollen, dat zij noch van orde , noch van fpaarzaamheid, noch van kinderlijke opvoeding iets verftaat. Intusfchen , heeft hij den tijd niet , om zich met de huislijke omftandigheden Qq 4 "1:

Sluiten