Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 601 )-

wel rasch bemerken, dat ik niet te fterk fpreke. Immers , moet het eiken aandachtigen befchouwer terftond in het oog vallen , dat men fchier allerwegen de paaien overfchreidt, welken door den ftand, het verinogen, en het gedacht worden voorgefchreeven. De mindere rangen willen doen, wat den meerderen alleen voegt: de min gegoeden willen den rijken niets toegeven: veelen, die dechts alledaagfche burgers zijn, fchijnèn eerde perfonaadien van Staat te wezen , wanneer men hen beoordeelt naar hunne kleeding, naar hunne woonhuizen, naar het gevolg hunner bedienden, naar de pracht hunner gastmaalen, naar alles , wat tot het uiterlijke der leevenswijze behoort. Mannen, die door de Natuur tot ernsthaftige bezigheden bedemd zijn, verderen zich met eenen opfchik, welke voor de Vrouwelijke waereld ten minften alleen behoorde te blijven. Vrouwen integendeel , in welken befcheidenheid en fchaamte het fchoonde fieraad zijn, nemen een heldhaftig gewaad aan, en kroonen haar hoogmoedig hoofd met den fleren hoed des krijgsmans.

Even zo in 't oog lopende is de geftadige en onmatige begeerte naar zinnelijke genoegens. Uitfpanning ea vreugde zijn niet meer de zoete loon des volbragten arbeids, niet meer de balfem, van welken de Wijze zich met matigheid en een gerust hart bedient , om, daardoor op nieuw gefterkt, het werk van zijn beroep gemoedigd waartenemen: neen , de Mensch fehijnt thands alleen beftemd te zijn voor weeklijkheid en zwelgerij. Dit is de voornaamfte zorg, welke den ouderdom , zo wel als de jeugd, bezig Rr i houdt,

Sluiten