Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~( 638 )-

te hebben, allerleie feesten en gastmaalen aan. Mogelijk zoude hij zich aan deze verlustigingen nog langer hebben overgegeven, zo hij zwak genoeg geweest ware , om in het gevlei van fchuimloopers fmaak te vinden. Deze leevenswijs, echter, fiond h.rn fpoedig tegen. Allengskens gewende hij zich aan de uitfpanningen der aanzienlijken; dan, daar -dezen zijner ziel geene bezigheid genoeg verfchaften, verwensclue hij, over zijn geluk te onvreden, de rijkdommen, welke hem niet dan zelfsverveeling veroorzaakten.

Ten dien tijde, brak 'er een bloedige oorlog uit tusfehen den Koning van Perfiën en de Turken. Ab-ukasfm hield dit voor eene gunltige fchikking van den Hemel, welke hem eene loopbaan tót groote daaden opende; want zijn week en gevoelig hart was, door het woest vermaak der jagt, en door zijnen toenemenden hoogmoed, reeds verhard geworden. Onmiddellijk trok hij mede te veld, en voerde ontalljjke. krijgsbenden tegen den vijand aan. Deze ruuwe leevenswijs beviel hem in. den beginne zeer weinig: doch zijne ontevredenheid verdween geduurig, zodra hij de alarmkreet hoorde; want hij behaalde zoo veele lauwertakken, dat hij in korten tijd één der bloeddorftigfte Veldheeren werd. Zijn geluk echter was van korten duur. Eens kreeg hij bevel, om met zijne troepen eene vijandelijke plaats te gaan verwoesten. Kort te voren, bloedde zijn hart op het enkel gezicht van ellendigen; doch thands, daar de zucht naar glorie zijnen boezem deed gloeien, vergat hij alle gevoel van measchlijkheid, en fpoeddezich,

QBk.

Sluiten