Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 639 )-

om het ontvangen bevel met alle geftrengheid te? uitvoer te brengen. Zijn Volk trok het ganfche land door, en verwoestte alles te vuur en te zwaard. Niemand werd door deze woedende monfters gefpaard, en overal werden de jammerlijkfte tooneelen van fchrik, angst en vertwijfeling door hunne komst geopend. Doch hunne onmenschlijke wreedheid kwam hun duur te liaan; want, terwijl zij in den gaafchen omtrek alles vermoordden, plunderden en verbrandden , werden zij door een groot leger van welgewaapende vijanden overvallen, en ter neder gefabeld. Abckasem ontvlood met gevaar van zijn leeven. Naar het hoofdkwartier konde hij niet terug keeren; want de vijand had hem hiertoe den weg afgefneeden; hij moest dus eenen anderen weg kiezen, om eenigzins veilig te ontkomen. Slegt zoude hèt met hem afgelopen zijn , zo niet een medelijdend Arabier zich zijner ontfermd, en hem kleederen gefchonkcn had, waarmede hij onbekend naar Suës konde vluchten. — Behouden kwam hij in deze Stad aan, alwaar hij tot zijn groot geluk eenen bekeuden aantrof, die hem met geld onderfteunde, om naar huis terug te keeren. Deze reis konde hij niet te land doen, daar de gevaaren, om door den zegenpraaleude vijand ontdekt te worden, dagelijks vermeerderden; hij moest dus de Roode Zee overtrekken, en begaf zich tot dat einde op het eerstvaarend Schip. De vaart over deze Zee, of de Arabifche Zeeboezem, was altijd zeer gevaarlijk; doch in langen tijd had men van geene ongelukken gehoord. Naauwlijks echter waren zij de Zeeè'ngte Bab - al- mandab voörT t 5 bi]-

Sluiten