Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der aanzittenden van tafel opfta, voor en aleer hij geëten heeft." — „ 't Geen uwe Majefleit goedvindt en beveelt, moet mijn huis tot eer verflrekken," andwoorddeMATSEOF. Men dischte vervolgends op, en de Czar zettede zich aan tafel. De Vrouw van het huis kwam binnen, met haar eenigen Zoon, en eene jonge Dame , die , na heure eerbiedigde plichtplegingen afgelegd te hebben, des Czar's bevelen gehoorzaamden, en mede plaats aan den disch namen. Geduurende het eten, keek de Czar geftadig in 't rond op het kleen gezelfchap, en fcheen zijne aandacht bijzonderlijk te vestigen op de jonge Dame, welke vlak tegen hem overzat, als zich niet herinnerende, dat hij haar, ooit te voren, als een der Kinderen van Matseof, aanfchouwd had. — „ Ikheboe altijd gemeend," fprak zijne Majefleit, „ dat gij niet meer Kinderen hadt, dan dezen Zoon; maar 'nu zie ik voor de eerftemaal, dat gij ook eene Dochter hebt; — hoe kwam het toch, dat gij mij nimmer van haar gefproken hebt ?"

„ Uwe Majefleit heeft het zeer wel," hernam Matseof, „ ik hebbe niet meer, dan één Zoon; want de jonge Dame, tegen u over, is de Dochter van mijn Vriend en Naastbeftaande , de Edelman Kij r1 lla H ARi schkin, die bulten de Stad op zijn Landgoed woor.t. Mijn Vrouw heeft haar in huis genomen, om haar met het Stads-leeven bekend, en, als het God behaagt; door den tijd gelukkig te maaken,"

De Czar zeide hierop niets meer, dan dat zulks een zeer goed werk was, 't geen Go de aangenaam moest wezen. Na den maaltijd, wanneer Mat-

Vv 4 SEOf'»

Sluiten