Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•H «55

nog altijd wel te vinden; denk 'er, bij gelegenheid, eens op; ik zelf zal ook naar dergelijk een partij omzien. Het Meisje verdient, dat wij ons alle moeite geven , om haar gelukkig te maaken." - M at s e o f bedankte zijne Majefleit voor zulk een genadig bewijs zijner goedheid; en — hierbij bleef het.

Weinige dagen daarna, kwam de Czar weder bij Matseof, fprak een paar uuren met hem over Staatszaakcn , en ftond vervolgends op, met oogmerk, zo 't fcheen, om weder heen te gaan; dan, op het zelfde oogenblik zich bedenkende, ging hij op nieuw zitten. „Welnu, zeg mij eens," fprak hij tegen Matseof, „ hebt gij ons laatfte gefprek onthouden, om Natalia Kijrillowna van eenen Minnaar te voorzien."

„Neen, genadigfte Heer," andwoordde Matseof, „ ik denk 'er geduurig aan, en wenschte flechts te mogen flaagen. Dan, mij is totnogtoe niemand voorgekomen, die haar geleek, en-ik twijfel zeer, of haar wel fpoedig een gepast aanzoek zal gedaan worden; want, fchoon ik dikwijls bezoek van verfcheiden jonge Heeren krij,e, die gevolglijk mime fchoone Voedfterdochter menigmaal zien, laat echter niemand hunner blijken , dat hij een huwelijk op het oog heeft."

Wei, „ fprak de Czar," mogelijk zal dit ook niet nodig wezen. Ik gaf u te verftaan , dat ik zelf mijn best zou doen, om een' Bruidegom voor haar optelopen. Ik hebbe het geluk gehad, om 'er een voor haar te vinden, met wien zij -waarfehijnlijk zeer wel in haar fchik, en gelukkig «fel wezen.- ik Vv 5 ken

Sluiten