Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 665 )

Vergeefsch — geen monfter hoort : Hen , die de klaauw des doods ontkwamen,

Sleurt nu de drieste gouddorst voord , En klieft hun rug met wreede ftraamen : Men veilt den Mensch , als beeften , op j Nu ftijgt de onmenschlijkheid ten top ; Hier zijn de Christenen — Barbaaren .De Heiden weent en krimpt en fmeekt , Maar , eer die taal hun 't harte breekt , Ware eer de menschlijkheid in Beer of Wolf gevaaren.

De Vader ziet zijn Kroost , De Moeder zich haar Man ontrukken ,

En mag niet eens , den laatften troost , 't Vaarwel hun op de lippen drukken :

ó God ! wat ijzelijk tooneel !

Wat verw , wat dichterlijk penfeel Kan al die bittre wreedheên maaien !

Mensehlievendheid ! het harte fcheurt :

Hoe moet , daar gij dit leed betreurt , De Mensch niet voor uw' oog verfchriklijk nederdaaien

Met fmart en leed belaan , Zien wij nu duizend , duizend Slaaven

In 't ftinkend hart der mijnen gaan , Om daar een glinftrend üijk te graaven ,

Om daar , waar 't lieht des hemels vlucht,

In de akelig verpestte lucht, Bij *t kletteren der taaie z weepen ,

Ten prooi van eiken flaaven - beul ,

Beroofd van licht en lucht en heul , Een ligchaam vol verderf en jammer omteüeepen.

Xri öindi

Sluiten