Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~< 666 }

©inds mest een Be'üleniloet, Om de aarcl tot vruchtbaarheid te dwingen ,

Den akker met het zweet cn bloed D er fchuldclooze ellendelingen :

Aan harden arbeid vast geboeid ,

Terwijl de zon hun 't hoofd verfchroelt , Gekromd , gcllraamd door wreede flagen ,

Eischt woekerzucht hun veel meer af ,

Dan immer een rechtvaarde jftraf, Het fchuim der maatfehappij, om gruweldaén , doet diagea.

't Is waar , de Slaaf is vrij ; Kan aanftonds zijne banden flaaken ,

Als hij de blinde afgoderü , Voor 't Euangelie , wil verzaaken ;

Maar hoe ! — Vermurwt een Beulen - floct

Dan immer een verhit gemoed ? Een hart , ontvlamd , om wraak te zoeken ?

Wat zeg ik ? — gouddorst, gansch ontzind ,

Houdt zelfs den dommen Heiden blind, Rechtvaardiger , dan zij , wier wieedheën hij moet vloeker;,.

Ik beef, Menschlievendheid! , Bij 't zien van zulke gruweldaaden, Waarbij 't rueêwaarig harte fchreit , Waarmee zich Christr.f.n overlaaden ;

Wijkt Montlers Menfehen flechts in fchijn —

'k Haal grillende het zwart gordijn Voor zulke afzichtige tooneelen ;

Gon , die ook Heideus 't leeven geeft , Ziet al die gruweldaén en — beeft. W;e h?n , die 't loon des Moeds van 't zweet der Slaavea

fteelen ! Waar-

Sluiten