Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 6> )-

Gij wenkt, ik zwijg — Gij fpreeffts ,, 't Is waar, 'k bedoel het heil der aarde,

Daar menig een zijn plicht verbreekt Miskent een groot getal mijn waarde : Maar ach! — hoe menig dooiend hart Nu doof voor 's Naasten leed en fmart Zou naar mijn* ftem gewillig hooren , Zo niemand zijne plichten fchond, Zo elk niet daarin vreugde vond , Om de eer zijns Evenmensen te driest naar't hart te booren."

,, De minfte vlek of fmet Wordt als eert gruwel uitjekreeten ,

Daar elk zijn tong tot laster Wet , Op 's Naasten heil te zeer gebeeten:

De Man , wiens hart nog deugd bezat;

Doch die daor onluk zijwaards trad,.

■ Ti 1 t"*TKr; Af

Wordt nu, te zeer getergd , beledigd. Een menfehenhaater , heet op bloed ; De wraak alleen bekoelt zijn moed.; Hij waant, terwijl hij moordt, dat hij zijn' zaak verdedigt."

,,'Er zijn 'er, die altoos , Met lust , aan de oude vete knaagen;;

En hunne weerpartij , te loos, Door bitfe taal in 't harnas jaagen :

Men zet haar overal ten toon:

Wat hart- verkropt altoos dien hoon ? Wij zien ftraks d' ouden haat herleeven ;

De onmeuschhjkheid rijst naast hem op ,

En beurt de vlag des bloeds in top : Wien zult gij nu de fciiuld der vetdre wreedheen geven?"

l'' Niet

Sluiten