Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

~C 671 }-

,, TJtet voor zich zelf alleen , Maar ook voor alle ftervelingen ,

Tot heil, tot Nut van H algemeen 4 Moest elk naar mijne guusien dingen ;

Maar ach ! zo lang de tweedragt leeft ;

Zo lang men aan haar voedfel geeft. Zult gij geen vrede - olijf zien groeien ;

Neen — de eene bui jaagt de andre voord ,

Verwoest , vernielt het zaligst oord; Daar andiis 't zagte roosje in eeüdragts-tuin zou bloeien."

Wanneer geen' zucht naar goud Het menschlijk harte meêr doet blaaken;

Wanneer men elk voor broeder houdt , Zal niemand Vrijen' — Slaavrn maaken.

6 Neen : Jan zal het redens-licht ,

Voor ieders opgeklaard gezicht, Gelijk de heldre middag fchijnèn ;

Dan zal elk Mensch zijn' waarde zien ,

Aan mij zijn' zuivre hulde biên, En domheids donkie nachl zal voor dat licht verdwijnen*''

ïl.D.VI. S. Yy Houd

Als eens elk Mensch dé kracht Van mijnen invloed zal bezeilen ;

Wanneer hij nooit, met list of maeht. Het hart zijns Naasten poogt te treffen ;

Maar ieder als zijn' Broeder groet ,

Zijn' V'jandzeifs a's V^end ontmoet, Ën liefde, in plaats van wraakzucht , ademt,

Dan zal 't geluk deze aard betreen ;

Dan drijven de onweers - buien heên ; Dan wordt dit waereldrond door 's Hemels gunst omvademd."

Sluiten