Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B IJ DRAGEN

TOT HET

MENS CHELIJK GELUK. h

INLEIDING

TOT HET

DERDE D E E L.

zouden , waarde Landgenooten ! te kórt doen aan den plicht van erkendnis , zo wij niet,' bij den aanvang van die derde Deel, de gelegenheid waarnamen , ora U openlijk onzen dank te betuigen voor de gunftige aanneming, met welke Gij onzen arbeid hebt gelieven te verwaardigen. De blijken van goedkeuring, welken Wij, zo mondeling, als fchriftelijk , ontvingen, — en wel van Mannen en Vrouwen , die bij gansch Nederland geëerbiedigd worden — waren voor ons zekere waarborgen tegen de ongunftige oordeelvellingen, welken wij hier en elders ontmoeteden. Dan eens fchreeven wij veel te oppervlakkig — even of onze arbeid enkel voor diepdenken. III. D. I. S. A de

Sluiten