Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( IO )-

zijn zelfs tegen elkander (taande gebreken, waarvan het een het ander buitenfluit (j). Indien nu de zedenlijke zielziekten geneeslijk zijn, moeten dezelven,of overëenkomllig met haaien aard, of tegen haaren aard, genezen kunnen worden. Dit laatfte is ongerijmd; gelijk het, met opzicht op ligchaamskwaalen, ongerijmd is, dezelven tegen haaren aard te wiilen genezen. Zij moeten dus overëenkomftig met haaren aard genezen worden. Maar de aard dezer kwaaien is zeer onderfcheiden, naardien derzelver oorfprong onderfcheiden is, en de natuur der kwaaien door haaren oorfprong bepaald wordt. Gevolglijk moeten 'er tegen de verfchillende ongcfleldheden der ziele ook verfchillende en bijzondere geneesmiddelen gevonden worden; zo niet; dan moet men de kwaaien voor ongeneeslijk houden.

Maar welke zijn dan de fpecifwke geneesmiddelen tegen de verfchillende zedenlijke zielziekten? Eer ik hierover fpreken , en dezelven in orde kan optellen , zou ik alvorens de onderfcheiden ongefteldheden moeten opgeven. Deze opgave zoude mij thands te lang ophouden. Ik zal dus liever hier eenige weinige proeven nederftellen, na vooraf nog te hebben aangemerkt, dat de kennis dezer bijzondere geneesmiddelen uit de rechte en onderfcheiden kennis der kwaaien moet gehaald worden; waaruit

(t) Men merkt hieruit, in het voorbijgaan, op, dat een en dezelfde Mensch onmooglijk tot alle boosheid genegen zijn kan.

Sluiten