Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worde, welken in bet hebben of bezitten liggen opgefloten.

De wellustige befchouvvt zijn ligchaam te veel, alt enkel ftof, zonder op deszelfs heerlijke zamenftelling, en de wijze zo wel , als weldadige oogmerken des Scheppers, welken daarin doorblinken, genoegzaam acht te (laan. Men gewenne zjjne denkkracht aan deze vertegenwoordigingen ; en zijne verwilderde verbeelding zal , zo ze niet reeds geheel bedorven en van haaren ftreek geraakt is , daardoor merkelijk gezuiverd worden.

Ijdtlhcid of trotsheid ontftaat uit eene verwenning van onze denkkracht, doorwelke wij ons eigen ik niet Hechts tot een voorwerp , maar ook tevens tot een eindoogmerk van onze overdenkingen manken. Ons eigen ik kunnen en moeten wij noodzaaklijk tot een voerwerp van onze gedachten maaken , zo dikwijls wij in de natuur van ons wezen dieper en dieper willen indringen: maar een edelaardig mensch zoekt hierdoor ook anderen nut te doen. Daartegen denkt de ijdele mensch om niets , dan zichzelven; hij befchouvvt zich, en al het overige, waaraan hij denkt, eeniglijk om zich zelfs wil : hij alleen is het middenpunt -van alle zijne overdenkingen. Deze ziekte is gewis zeer moeilijk re genezen, dewijl dezelve den mensch veele aangenaame gewaarwordingen veroorzaakt, en zich in de binnenlte fchuilhoeken der ziele (om zo te fpreven ) verbergt. Ware het geneesmiddel niet gevaarlijker, dan de kwaal zelve; men zoude mogelijk dezelve kunnen verdrijven, door bij zoodanig eenen mensch de vergelijkende

kracht

Sluiten