Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( -7 )-

Ik inag immers met uw fpeelgoed doen , wat ik wil."

Koos je zweeg. In minder , dan 4 weeken, was alle haare vreugde verdweenen, vermids haar fpeelgoed deerlijk gehavend was. Zij verbeet haare fmart; doch werd te gelijk, van dien tijd af, op haaren Vader zoo vertoornd, dat zij hem, in lang, geen vriendelijk opflag van het oog konde geven.

„ Zeg mij toch, wat ik met mijn' Betje beginnen zal ? Zulk een hardnekkig en verftokt Meisje is 'er onder de zon niet meer. Breng ik haar iets onder 't oog; zij heeft duizend redenen daar tegen. Bevele ik haar het een of ander, dan moest gij eens zien, hoe zij mij aanziet, even of zij mij verduiden wil." Dus klaagde zekere Moeder aan haar' Broeder.

De laatfle, intusfchen, die in Betje altijd het onfchuldigst, minzaamst hart befpeurd had, verwonderde zich niet weinig over deze befchuldiging, raadde zijner Zuster geduld , en beloofde haar , binnen kort, de oorzaak der verbastering haarer dochter te zullen ontwikkelen. Welhaast deed zich de gelegenheid hiertoe op. Jufvrouw B., Betje's Moeder, verzogt eenig gezelfchap bij zich, waaronder ook haar Broeder was.

De Koffij binnengebragt zijnde, moesten ook de Kinders ten voorfchijn komen. Zij waren 3 in getal. Twee derzelven waren bijzonder fchoon , en haare

ge-

Sluiten